In de hectiek van het facilitair bedrijf bij een academisch ziekenhuis moet je er voor waken dat je tijd maakt én rust neemt om het goede gesprek te voeren. Sandra Bouwman (links op foto) heeft wat dat betreft een goed voorbeeld gehad van haar leidinggevende bij het Leidse UMC toen ze nog medewerker was. En die ervaringen neemt ze mee nu ze zelf teamleider is.
Bij het facilitair bedrijf van het LUMC loopt het werk uiteen van patiëntenvervoer en maaltijdbereiding tot aan beveiliging. Actief inzetten op duurzame inzetbaarheid zodat medewerkers het fysieke werk vol kunnen houden, is enorm belangrijk. Sandra werkt al ruim 12,5 jaar bij het facilitair bedrijf in het LUMC en is sinds kort teamleider. Een andere rol, maar toch ook weer niet. “Als teamleider ben je ook gewoon aanwezig op de werkvloer”, legt Sandra uit. “Zo merk ik al snel op wat er speelt. En het scheelt dat ik zelf uit het team kom. Ik weet wat het werk inhoudt en hoe zwaar het is. Medewerkers stappen daardoor al vrij makkelijk op me af met vragen.”
Hulpmiddel moet praktisch zijn
Binnen het facilitair bedrijf heeft adviseur inzetbaarheid Desirée Marsman (rechts op foto) het initiatief genomen om het goede gesprek een impuls te geven. Met daarbij ondersteuning van de gesprekskaart en de gesprekswijzer van SoFoKleS. “In het facilitair bedrijf zijn we doeners en lekker praktisch. Een hulpmiddel moet dus óók praktisch zijn, en bij de gesprekswijzer is dat zo”, zegt Desirée. “Het gebruik van de hulpmiddelen is niet verplicht en bepaalt een ieder zelf. Waar de ene leidinggevende de gesprekskaart nuttig vindt voor het focussen op de juiste vragen, vindt de ander dat het het gevoel uit het gesprek haalt. Maar de onderwerpen ‘goed in je werk’, ‘gezond in je werk’ en ‘bijblijven in je werk’ moeten wél aan bod komen in gesprekken.”
Sandra heeft zelf de gesprekskaart nog niet gebruikt voor haar eigen ontwikkelgesprek. De noodzaak is er ook minder, zegt ze, omdat haar leidinggevende de ‘hoe is het’-vragen eigenlijk al van nature stelt.

Laagdrempelig een goed gesprek starten
Als teamleider gaat Sandra nu met teamleden het goede gesprek voeren. Dat begint er wat haar betreft mee dat medewerkers laagdrempelig hun ei kwijt moeten kunnen. Want als je gesprekken voert en een goede band opbouwt, zullen medewerkers ook eerder zeggen wat hen dwars zit. “Mijn teamleden weten dat ze me – binnen grenzen – altijd kunnen bereiken. En ik wil laten zien dat ik echt aan de slag ga met hun problemen.” Ook benoemen Desirée en Sandra dat het goede gesprek een verantwoordelijkheid is van werkgever én medewerker.
De gesprekskaart kan helpen bij haar ontwikkeling als teamleider, beaamt Sandra. “Eerst voelt het misschien een beetje alsof je alleen een lijstje afgaat. Maar door vaker gesprekken te voeren wordt het meer een natuurlijk iets en gaan de belangrijke vragen meer in je systeem zitten.”
Tips?
Voor het stimuleren van het goede gesprek vindt Desirée de fijnste methode om gewoon te starten en eventuele problemen te tackelen als ze ontstaan. “Wel zet ik het goede gesprek elke maand op de agenda bij het MT-overleg, als reminder voor leidinggevenden.” Een ander belangrijk punt is rust creëren voor het goede gesprek. “Het werk gaat hier altijd maar door en dóór”, zegt Desirée. “Dus als je de rust wilt hebben om te vragen hoe het met iemand gaat, is het goed om even van de afdeling af te zijn.”